Kerstborrel
Voor de kerstborrel dit jaar trek ik een oud-Holands woord uit de mottenballen: deerniswekkend. Het valt mee dat we als uitzendkrachten uberhaupt zijn uitgenodigd. Of juist tegen. Het gebeuren vind plaats in de kantine, die bijna even hip aandoet als een verhoorkamer van de KGB destijds. Een eetkerker dus. Op de achtergrond kraken stemmige kerstdeuntjes ons tegemoet. Misschien gebruikten de Amerikanen deze muziek in Irak, wie zal het zeggen. Zelfs als mijn begrafenis op kerst valt hoef ik het niet te horen. Dit wens je je ergste nabestaande niet toe. Het interieur vrolijkt ons verder op met oranje linoleum dat vermoedelijk uit de jaren ’70 stamt. Kerstversiering is karig aangebracht, in de hoek staat een kerstboom verdekt opgesteld. Vlak ernaast bevindt zich op een verhoging de oudemannentafel. Elke lunch zitten daar oude, deftige heren met grijs haar die vreemd opkijken als een ‘junior’ de euvele moed heeft zijn middageten daar te verorberen. De bezetting van de tafel is zodoende hetzelfde sinds 1963. Met zijn zessen betrekken we een tafel uit het zicht, te herkennen aan de verveelde blikken.
We zijn pas vijf minuten onderweg of ik voel me alsof ik rondloop in een documentaire van Michiel van Erp. Deze documentairemaker is er geslepen in om mensen uitspraken te ontlokken die ze eigenlijk niet prijs hadden willen geven. Mensen die het (on)bewust niet naar hun zin hebben weet hij hun onbehagen te laten lekken. Net alsof er geen camera bijstaat. Uit fatsoen gaan ze dan geforceerd gezellig doen. Heel vermakelijk, aandoenlijk en latent pijnlijk om te zien. Het is een bevrijdend idee om te bedenken dat geen camera mijn verveling registreert, als onderdeel van een groepje uitzendperiferie die deze borrel gestolen kan worden. We treffen het niet: er wordt afscheid genomen van een gewaardeerde, geliefd collega die ‘we’ alle succes van de wereld gunnen en die heel erg gemist gaat worden. Ik weet niet meer hoe ze heet, heel raar. Tien minuten voelen als een uur. Mensen grijpen naar de drank, hun onderbewuste heeft duidelijk gemaakt dat dit niet gemaakt is om nuchter aan te zien.
De spreker is inhoudelijk niet relevant voor nieuwkomers, en wie er wel zit te wachten op een chronologische opsomming van administratieve projecten ontgaat me. Laat staan als de toespraak is doorspekt met jargon waar de meest verkokerde soepkip zich voor zou schamen. Geen persoonlijke noot gekraakt. Jammer, ik was me net af gaan vragen wie deze persoon was en hoe ze in het leven stond – niet wat haar werk was. Op zich vind ik het feit dat ik me dat ben gaan afvragen al vreemd, naar mijn bange vermoeden is er namelijk een zeer belevenisarm persoon aan het woord. Hoe dan ook: speechen is een vak en geen gelegenheidsoptie. Aan het eind wordt er zowaar even gelachen. Bibliothecaressenjolijt van mensen die schaterend over de bank rollen om uitgekauwde slapstickgrappen die ze de volgende dag aan hun collega’s navertellen. Niks beters te doen, behalve op de klok aftellen hoe lang je nog moet aankloten. Dat klinkt deprimerend, en soms lijken werk en een officieus verplichte kerstborrel dan ook angstwekkend veel op elkaar. Ongeveer driekwart van de Nederlanders heeft niets met een kerstborrel, en zou het niet erg vinden als het wegbezuinigd zou worden in crisistijd. Zelfs massaontslagen zijn niet te gek voor woorden, maar zo’n leuteruurtje van personeel dat veel liever thuis had willen zijn niet schrappen. Dat is met recht deerniswekkend.

): ‘Zo, jij hebt nogal ervaring met naar de wc gaan!’
), maar ik snap de motivatie niet van de deelnemers. Meestal zijn het mensen die een ietsie-pietsie onzeker zijn of gewoonweg slaapverwekkend, ‘mijn naam is Gaaaaap-brielle, ik ben 34 jaar, kom uit Hoogendijk-Klunerduijn in het pittoreske doch swingende Drenthe en ik verzamel postzegels,’ da’s al gauw een factortje vijf keer narcose dacht ik zo. Een groot nadeel is daarbij dat de camera de meest genadeloze observator is die elk facet van je onzekerheid haarfijn in beeld brengt. Elk zweetdruppeltje dat je voorhoofd doet glanzen, elke slecht getimede grap of geforceerde lach die een aanfluiting is voor je gevoel voor humor (en je tandarts), wordt met satanische precisie geregistreerd. Big Brother is een autist met een olifantengeheugen. Voeg er een hijgerige quizmaster van het type Carlo Boszhardt aan toe die op je zenuwen werkt en je gezicht spuwt vanzelf rode tongen, al was het misschien de plaatsvervangende schaamte voor een hyperventilerende neuroot die zijn leven lang te lijden heeft gehad van een chronisch aandachtsgebrek.